Op spelenderwijs oefenen met spelling

Spelling is voor veel kinderen erg lastig. En dan met name het onderdeel grammatica. Wanneer schrijf je stam + t en wanneer stam + dt? Wanneer alleen een d en wanneer dubbel d of t? Het is lastig. De sterke en zwakke werkwoorden vliegen de kinderen om de oren, om nog maar te zwijgen over het gebruik van een bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord. Toch is het mogelijk om tussentijds op spelenderwijs te oefenen met spelling. Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen iets zeven keer aangereikt moeten krijgen om iets te onthouden. Dat gaat op voor woordenschat, maar voor het inslijten van spellingsregels en grammatica kan het ook heel goed werken. Om die reden hier een overzicht van enkele spelletjes die de leerkracht kan doen om spellingregels te automatiseren.

 

Memory met spellingsregels

Het idee is om een stapel kaarten te maken, waarbij twee kaarten steeds bij elkaar horen. Bijvoorbeeld een kaart met een zin en een woord dat daarin past. Zoals deze samenstellingen:

De koe ____ vandaag in de wei | staat

De auto ____ gisteren in de straat | stond

Natuurlijk kunnen ze ook gekoppeld worden aan regels zelf, zoals deze samenstellingen:

Stam + t | Hij ____ door de school (rennen) t.t.

Stam + dde | Hij ____ zijn kansen (spreiden) v.t.

Op deze manier zijn meerdere samenstellingen te maken, ook gericht op andere categorieën. Laat kinderen die het moeilijk vinden met deze memoryspelletjes nog meer trainen en inoefenen, opdat het goed aansluit bij hun ontwikkeling.

 

Woordkaarten

Het maken van woordkaarten kan ook helpen, zeker om kinderen bewust te laten worden van welke regels ze wanneer gebruiken. Een opdracht op zo’n woordkaart kan bijvoorbeeld zijn:

Schrijf een zin in de tegenwoordige tijd en een zin in de verleden tijd met het werkwoord: stoeien.

 

Ook kun je een woord geven, zoals ‘verandert’ en daar vijf zinnen bij laten schrijven, waarvan eentje met ‘hij’ als onderwerp, eentje met ‘de klas’, eentje met ‘ik’, eentje met ‘wij’ en eentje met ‘de agent’. Een leerling moet dan gaan nadenken en zal beseffen dat je bij ‘hij’ en ‘de agent’ het zelfde kan doen, namelijk:

Hij verandert er niks aan

De agent verandert er niks aan

Maar dat ‘de klas’ meervoud is, ‘ik’ enkelvoud is (en dus alleen de stam, zonder t) en ‘wij’ ook meervoud is. Dat levert bijvoorbeeld creaties op als:

De klas verandert het decor van de musical

Hij verandert het, wat ik niet leuk vind

Wij hebben moeite met het feit dat het verandert

Dit is een vrij lastige, maar wel een mooie manier om bewust te worden van de positie van het woord ‘verandert’ met de t als uitgang.

Spelling oefenen met woordkaartjes

Krantenartikelen met spellingsfouten

De kranten staan vandaag de dag bol met spelfouten. Zelfs journalisten weten nauwelijks nog hoe ze schrijven moeten. Het is leuk en leerzaam om dergelijke krantenartikelen te verzamelen en af en toe eens door te geven. Kunnen de leerlingen de fouten eruit halen? Het is voor hen echt een opsteker als ze een fout uit een krant kunnen halen. Hier zullen ze erg trots over zijn.

Je kunt er ook voor kiezen om een foutenmuur te maken. Spoor de kinderen aan om – in de trent van ‘taalvoutjes’ – fouten uit het dagelijks leven te halen en die op de foutenmuur te plakken. Want fouten kunnen juist helpen om beter te leren en de spellingsregels onder de knie te krijgen.

 

Moeite met spelling?

Wie echt moeite met spelling heeft zal het op prijs stellen dat er meerdere wegen naar Rome leiden. Door het spelenderwijs op te pakken is het niet meer zo’n punt om ermee aan de slag te gaan. Kinderen vinden het vaak erg vervelend als ze ergens moeite mee hebben en dat daar dan ook de nadruk zo op wordt gelegd. RT boekjes hebben niet altijd zin, spelling en creatieve oplossingen hebben dat wel.

Natuurlijk is er niet te ontkomen aan RT-werk waarin de regels waarmee een kind moeite heeft nog eens worden behandeld. Maar voor de afwisseling is het wel fijn als er alternatieven zijn. De boven genoemde spelletjes kunnen die alternatieven zijn.